|
Geraffineerde suikers
Koolhydraten leveren energie. Bij een gezond
voedingspatroon wordt
50-55% van de calorie-inname geleverd door koolhydraten.
Aan de hand van 2 voorbeelden wordt het verschil
duidelijk tussen de
energie vrijgemaakt uit volwaardig natuurlijke
voedingsmiddelen en de energie geleverd door
geraffineerde suikers.
Voorbeeld 1:
Een
appel bevat fructose, een enkelvoudige suiker. Verder
bestaat een appel uit eiwit, vezels, vitaminen,
mineralen en een aantal andere voedingsstoffen in kleine
hoeveelheden. Een voorbeeld van een enkelvoudig suiker
aanwezig in een natuurlijk volwaardig voedingsmiddel.
Halen we nu de fructose uit dit voedingsmiddel om het
toe te voegen aan andere producten, dan hebben we te
maken met een geraffineerde suiker: calorieën zonder
voedingswaarde, oftewel lege calorieën.
Voorbeeld 2:
Een
graankorrel bestaat uit diverse onderdelen.
|
 |
a. Zemel
b. Aleuronlaag
c. Meelichaam
d. Kiem |
|
• |
Zemel:
is opgebouwd uit meerdere lagen en bestaat vooral uit
vezelstof.
|
|
• |
Aleuronlaag: bestaat voornamelijk uit eiwitten.
|
|
• |
Meellichaam:
80% van de korrel bestaat uit het meellichaam. Het
grootste deel is zetmeel en voor een deel eiwit,
afhankelijk van de graansoort.
|
|
• |
Kiem: is het deel van de korrel waaruit een nieuwe plant
groeit. Bestaat uit vitaminen, mineralen, vetten,
eiwitten, koolhydraten en vezels.
|
Het
meellichaam bestaat uit een meervoudige koolhydraat, een
lange keten van een aaneenschakeling van
glucosemoleculen. Een voorbeeld van een koolhydraat
aanwezig in een natuurlijk volwaardig voedingsmiddel.
Verder bestaat dit voedingsmiddel uit eiwitten, vetten,
vitaminen, mineralen, vezels en andere voedingsstoffen
in kleine hoeveelheden. Halen we nu de ketens
glucosemoleculen uit deze graankorrel en ontleden we
deze keten tot eenheden van een molecuul, dan hebben we
glucose, een geraffineerde suiker: lege calorieën zonder
voedingswaarde. Sacharose – oftewel witte suiker (het
suikerklontje) – is ook een voorbeeld van een
geraffineerde suiker. Een tweevoudige suiker bestaande
uit glucose + fructose.
Ons huidig voedingspatroon bevat een groot aantal
producten waar deze suikers aan toegevoegd zijn.

Structureel een te hoog% geraffineerde suikers in je
voedingspatroon veroorzaakt overgewicht.
Suikerstofwisseling
Alle koolhydraten die wij eten worden door de
spijsvertering en de stofwisseling omgezet in glucose,
een enkelvoudig koolhydraat.
Deze glucose wordt door ons lichaam gebruikt voor het
leveren van
energie. De energie die over is wordt opgeslagen als
glycogeen in de lever
en spieren. Zit deze voorraad vol, dan wordt de
restenergie opgeslagen in
het vetweefsel.
Bloedsuikerspiegel
Glucose in het bloed bepaalt onze bloedsuikerspiegel.
Een evenwichtig bloedsuikergehalte is belangrijk voor
het goed kunnen functioneren van
het lichaam. Bloedsuikergehalte:
|
• |
Vóór
de maaltijd is deze ongeveer 4 mmol/liter
|
|
• |
Na
de maaltijd is deze ongeveer 8 mmol/liter
|
Regeling
bloedsuikerspiegel
2
belangrijke hormonen die betrokken zijn bij de
energiestofwisseling:
|
• |
Insuline zorgt voor een daling van de glucose
|
|
• |
Glucagon
zorgt voor een stijging van de glucose
|
Na de
maaltijd neemt de hoeveelheid glucose in het bloed toe.
Het hormoon insuline zorgt voor transport van glucose uit het
bloed naar de lichaamscellen en -weefsels. Deze glucose kan in
de cellen dan gebruikt worden voor het leveren van energie. Een
gezond voedingspatroon zorgt ervoor dat de spijsvertering en de
stofwisseling optimaal verlopen, zodat de juiste
hoeveelheid insuline afgegeven wordt. Het glucosegehalte daalt
daardoor geleidelijk.
Glycogeen
is een reservevoorraad energie die in het lichaam opgeslagen
is in de lever en spieren. Glycogeen
bestaat uit een lange reeks glucosemoleculen.
Het hormoon glucagon maakt uit glycogeen glucose vrij, zodat er
glucose
in het bloed komt. Een stijging van het glucosegehalte in het
bloed.
Insuline en glucagon zorgen dus voor een evenwichtige
bloed-suikerspiegel tussen de 4 en 8 mmol/liter.
Verstoring van bloedsuikerspiegel
Te veel
geraffineerde suikers in de voeding veroorzaakt:
|
• |
Een
te snelle spijsvertering waardoor een grote toename van
glucose in het bloed plaatsvindt (glucosepiek)
|
|
• |
Een
tekort aan voedingsstoffen waardoor de secretie
(afgeven) van de juiste hoeveelheid hormonen verstoord
wordt
|
Door de glucosepiek en het tekort aan vitaminen en
mineralen wordt door de alvleesklier te veel insuline
afgegeven. Het teveel aan insuline zorgt voor een te
grote daling van glucose. Er ontstaat hypoglykemie; het
glucosegehalte komt onder het niveau van 4 mmol/liter.
Te
veel snelle suikers veroorzaken een glucosepiek gevolgd
door een glucosedal: overmatige hongergevoelens.
Geraffineerde suikers veroorzaken zoetverslaving
Een
glucosedal geeft meer hongergevoelens: trek in zoet, je
gaat meer
eten, je gaat vaker eten. Er ontstaat een grotere
energie-inname, dus meer overgewicht. Producten met veel
geraffineerde suikers worden vaak tussen de maaltijden
door gebruikt. Denk hierbij aan koeken, energiedranken,
snoep, etc. Deze suikers worden als tussendoortje nog
sneller in het bloed opgenomen dan wanneer ze deel
zouden uitmaken van complete maaltijden met voldoende
eiwitten en vetten. Er ontstaat een nog grotere
glucosepiek, gevolgd door een glucosedal. Door een
energiedrank of een glas limonade met een gevulde koek
krijg je veel glucose en fructose (snelle suikers)
binnen. Door de glucosepiek ontstaat eerst een
gemoedstoestand van alertheid en activiteit, en
vervolgens door een glucosedal een gemoedstoestand van
lusteloosheid. In deze gemoedstoestand van lusteloosheid
heb je weer eerder trek. De behoefte aan deze producten
neemt alleen maar toe en er kan een (zoet)verslaving
ontstaan.
Conclusie
Gebruik zoveel mogelijk natuurlijke, volwaardige
voedingsmiddelen; deze bestaan uit koolhydraten die meer
leveren dan calorieën alleen.
Beperk het aandeel geraffineerde suikers in je
voedingpatroon tot < 10%
van de dagelijkse calorie-inname.
Geraffineerde suikers:
<
10% van de dagelijkse calorie-inname
Overgewicht
Uit de voedingsstoffen wordt energie vrijgemaakt voor de
ruststofwisseling
en lichamelijke activiteiten. De energie die over is
wordt opgeslagen als glycogeen in de lever en spieren.
Zit deze voorraad vol, dan wordt de restenergie
opgeslagen in het vetweefsel. Bij een structureel
positief energiebalans ontstaat overgewicht.
Diabetes 2
Het ontwikkelen van diabetes type 2 wordt bepaald door erfelijke
factoren en omgevingsfactoren. Indien in de familie
diabetes voorkomt, heb je waarschijnlijk de aanleg tot
het ontwikkelen van diabetes.
Of deze ziekte zich ook daadwerkelijk ontwikkeld wordt
voor een
belangrijk deel bepaald door de levensstijl.
Het
aantal mensen met diabetes zal de komende 20 jaar flink
toenemen. Grotendeels komt dit door de vergrijzing van
de bevolking, maar ook
door ongezond leven. Naar verwachting stijgt het aantal
mensen met
diabetes met 70 procent.
Een
digitaal gezondheidsboek voor iedereen!
De
informatie op deze website is een deel uit het gezondheidsboek
over
gezonde voeding, effectief trainen en gedrag:
Slanker, de methode;
een uitgave van: BEFITT je energie in balans
|